Aan het woord: Johan Cottyn

Interview: Johan Cottyn (Boudewijn Seapark)

{module 120}

Boudewijn Seapark is het enige Belgische park waar dolfijnen nog rondzwemmen en allerlei kunstjes vertonen. De dieren worden verzorgd door vele mensen. Hoofdverzorger Johan gunt ons een blik achter de schermen en vertelt ons meer over de dierenwereld in Boudewijn Seapark.

Parkworld: Johan, u werkt al verschillende jaren in het park: hoe bent u in deze job gerold?
JC: Mijn opleiding was lichamelijke opvoeding en biologie, attest bosbouwbekwaamheid. Voorheen was ik aan het werk bij een verdeler van landbouwproducten in de afdeling facturatie en ook als vrachtwagen chauffeur.
Ik ben van kleins af aan geïnteresseerd in de natuur en steeds een waterrat geweest. De combinatie dier en water was dus onweerstaanbaar voor me. In de wereld van de zeezoogdieren heb ik verschillende stages gedaan in buitenland maar ik heb altijd in Brugge gewerkt. Stilletjes aan ben ik meer en meer betrokken geraakt bij de andere parkdieren.

Parkworld: De bekendste inwoner van het park zijn de dolfijnen. Kunt u hen even voorstellen?
JC: Wij hebben 3 volwassen vrouwtjes: Puck, Linda en Roxanne. Verder hebben we enkele jonge dieren die hier geboren zijn: Yotta en Indy (dochters van Puck), Ocean (zoon van Roxanne), Mateo (zoon van Linda) en Flo (moeder gestorven aan virusinfectie.). De volwassen dolfijnen komen resp. uit Nederland en de VS (Roxanne). Linda en Mateo verblijven momenteel in het Italiaanse Genua omdat de wetgever beperkingen oplegt aan het aantal dieren dat aanwezig mogen zijn in een dolfinarium. 
We hebben ook nog het volwassen mannetje Beachie, die overgekomen is uit Harderwijk. Hij was oorspronkelijk afkomstig uit de VS, maar werd opgenomen na herhaaldelijk stranden.

Parkworld: Gebeuren er vaak uitwisselingen, of is dit te stresserend voor de dieren?
JC: Transport gebeurt alleen als het nodig is voor voortplanting, om aan normering te voldoen of bij incompatibiliteit (bloedverwanten samen bv). Dit is zeker niet zonder risico. Niet alleen omwille van het transport maar hierbij wordt ook de groep verstoord. Dieren vertegenwoordigen ook een hele investering qua waarde en inzet van mensen.

Parkworld: Met welke dolfinaria werken jullie samen? Is dit enkel op niveau van dierenuitwisseling, of ook op gebied van entertainment en shows?
JC: Het meest werken we samen met dolfinaria van omringende landen en uiteraard binnen de Aspro groep waartoe Boudewijn Seapark behoort. Indien mogelijk volgen we conferenties en stages.
De shows zelf worden meestal door de trainers zelf in elkaar gestoken en er wordt continue naar nieuwe bewegingen en beelden gezocht.

Parkworld: Het dolfinarium in Brugge is één van de mooiste en grootste van Europa. U bent er wellicht zeer trots op. Zijn er zaken waarbij een gewone mens niet stilstaat, die nog beter had gekund, die in een ander dolfinarium wel aanwezig zijn?
JC: Harderwijk met zijn lagune is de referentie voor ons, heeft ook een behoorlijke groeicurve achter de rug. We komen toch ook wel best vaak tot de ontdekking dat we met relatief weinig middelen toch wel goede resultaten kunnen voorleggen. Een dolfinarium is natuurlijk een log gegeven qua infrastructuur dat moeilijk aanpassingen toelaat. Een buitenbassin zou zeer leuk zijn voor de dieren, vooral als het ‘geboorte- en baby vriendelijk’ zou geconcipieerd worden.

Parkworld: Zou zo'n aparte lagune niet ideaal zijn voor de dolfijnen in Brugge?
JC: Een lagune zou zeer leuk zijn inderdaad. Dit idee hebben we al een aantal jaren geleden gelanceerd. Dit geeft meer mogelijkheden om activiteiten te doen, is ook buiten. Het heeft ook zijn negatieve kanten: de dieren zijn in geval van nood minder bereikbaar.

Parkworld:
Wat mensen niet weten, is dat de show in Boudewijn Seapark niet altijd hetzelfde is: tijdens de vakanties ligt de nadruk vaak op entertainment, tijdens de schooldagen op edutainment. Hoe moeilijk is dit voor de dieren zelf, of valt dit best mee om daarop te trainen?
JC: De dieren worden aangeleerd om flexibel te zijn dus geen probleem hier. Flexibiliteit verkrijgen we door variatie in programma en tijdsbesteding. Dit houdt de aandacht van de dieren gaande en maakt dat ze gewoon zijn om te reageren op onverwachte opdrachten.

Parkworld: Is het heel verschillend om met dolfijnen of zeeleeuwen te werken? Wat zijn zo de grootste verschillen?
JC: Omdat zeeleeuwen ook op het land goed uit de voeten kunnen is de benadering anders. We kunnen deze dieren makkelijker leiden. Bij de dolfijnen werken we ook zo vaak mogelijk met de hand om ze te leiden maar je moet na een tijdje ‘op afstand’ gaan redeneren. Stel je voor dat je een doofstom kindje hebt waar je niet bij kunt, en je moet die een salto aanleren…
Om dit te kunnen doen, gebruiken we een ‘target’: een richtpunt voor de dieren bevestigd op een lange stok

Parkworld: De dolfijn is maar één van de vele walvisachtigen die bestaan. In Azië en Amerika worden daarom ook andere dolfijnsoorten gebruikt dan de tuimelaar. Is dit ook mogelijk in Brugge?
JC: Voor ons hoeft er geen nieuwe walvissoort te komen, we willen op een goede manier werken met de dieren die er zijn. In de huidige constellatie is dit in ieder geval onmogelijk.

Parkworld: Mocht het budget er zijn, wat zou u graag veranderd zien in het park?
JC: Ik zou graag de vijver omgevormd zien tot een semi natuurlijke lagune waar mensen de hele dag door de zeeleeuwen en dolfijnen kunnen zien. Nu is dit alleen mogelijk tijdens de voorstellingen. Met een voldoende uitgebouwd team zou dit ons toelaten om bijvoorbeeld meer educatieve programma’s te brengen. In het park verder meer ruimte creëren om water gerelateerde dieren op een goede manier onder te brengen in combinatie met een avontuurlijk parcours voor de kinderen.

Parkworld: Voelt u dat het effect van de verschillende dierenprogramma’s op televisie een positieve invloed heeft op de mentaliteit van de bezoekers? In welke mate zou u de bezoekers graag een boodschap meegeven?
JC: Mensen worden bewuster en gaan op een andere manier kijken naar dierentuinen, ze kunnen zich ook beter een beeld vormen van wat zich achter de schermen afspeelt. Het dwingt de dierentuinen ook tot alertheid en aanpassingen. Toch zijn er nog heel wat mensen die het logisch vinden om zomaar te vragen met de dieren te zwemmen of ze aan te raken.

Parkworld: Naast de zeezoogdieren zijn er ook roofvogels in het park. Hoe staat u hier tegenover?
JC: Indien op een goede manier gebracht, is de roofvogelvoorstelling een aanvulling. De valkenier werkt wel goed. De perceptie van het publiek van de opgebonden vogels lijkt me niet goed, al maakt het voor de dieren op zich niet zo veel uit. Ook in de natuur brengen de dieren veel tijd wachtend door. Voorwaarde is wel dat er met de dieren ook elke dag effectief ook gevlogen wordt. Dit is bepaald in de wetgeving en dit gebeurt ook bij ons.

Parkworld: Hoe enerverend is het attractiegedeelte voor de dieren?
JC: Dieren wennen aan de omgeving en de omgevingsgeluiden. Er moet gezorgd worden voor voldoende schuilgelegenheid en een omgeving waar ze zich goed in voelen. Jammer genoeg zijn de parkdieren niet echt een prioriteit voor het management.

Parkworld: Hoe staat u tegenover dierenrechtenorganisaties? Tot hoever volgt u hen in hun overtuigingen?
JC: We hebben de indruk dat dierenrechtenorganisaties niet altijd eerlijk zijn over hun bedoelingen tegenover het publiek. Vaak wordt de discussie ook gevoerd over de hoofden van de dieren heen en zijn ze niet meer de belangrijkste issue (verwijzend naar de dolfijnen uit Antwerpen). Dit soort van activiteiten leeft van donaties en moet dus verkopen.

Parkworld: Heeft het park een vaste dierenarts in dienst, of is dit een externe persoon?
JC: We hebben een overeenkomst met een ‘zeezoogdierenspecialist’ uit Engeland voor bijstand. Verder hebben we contact met de dierenarts uit Harderwijk via de connectie Beachie. Een lokale dierenarts heeft zich ingewerkt in de materie en staat ons dagelijks bij.

Parkworld: Een tijdje geleden was er het spijtige ongeval met de orca in Sea World. Hebt u ooit de kans gehad om met deze dieren te werken (in bvb. Marineland?)
JC: Wel gezien maar niet mee gewerkt. Eigenlijk heb ik ook nooit de behoefte gevoeld. Dit zijn dieren die aan de top van de voedselketen staan en een andere benadering vereisen.

Parkworld: Vele mensen zullen u wellicht al gecontacteerd hebben om eens dichterbij dolfijnen te komen. Het park biedt ook verschillende programma’s aan om zo uw droom waar te maken. Wat mogen de mensen (niet) verwachten?
JC: Wat vaak gevraagd wordt en wat we niet toestaan is casual zwemmen met de dieren. Wij gaan niet lichtzinnig met hen om en er zijn teveel risico’s. Dit zowel voor dieren, mensen en de gevolgen voor ons werk op lange termijn. We proberen die goede attitude door te geven.
Wij staan vrij nuchter tegenover de dieren. Het zijn zoogdieren die terug in zee zijn gaan leven en daarvoor een aantal heel speciale capaciteiten hebben voor ontwikkeld. Er zijn ook andere dieren die de meest onwaarschijnlijke dingen kunnen doen...

Interview-BSP-1

Parkworld: Er is nu ook de mogelijkheid om een foto te nemen bij de dieren. Hoe populair is dit? Hoe reageren de dieren en de trainers hierop?
JC: Dit verloopt goed. Het programma is populair maar we houden de aantallen binnen de perken van wat wij voelen wat haalbaar is voor de dieren. Indien we voelen dat er nood is aan andere zaken schrappen we het programma. We proberen de mensen goed te begeleiden.

Parkworld: Om met dolfijnen of andere zeezoogdieren te kunnen/mogen werken, wat moet men allemaal kunnen? Bestaan hier speciale opleidingen voor?
JC: De job kan nergens aangeleerd worden. Niemand zal dolfijnen ter beschikking stellen om een opleiding te voorzien.
De eisen zijn best hoog: fysiek goed in orde zijn, durven voor een publiek staan, meertalig zijn, flexibel willen werken, een team speler zijn en natuurlijk interesse hebben voor de dieren en er op een goede en consequente manier leren mee omgaan. Vaak nemen we sportleraars in dienst. Zij hebben een goede basisopleiding om bij ons aan de slag te gaan. Ze hebben een educatieve vorming achter de rug en weten in principe hoe je een beweging moet ontleden en aanleren, zijn vaak ploegspelers en ook hun basis fysiek is best ok.

Parkworld: Hoeveel dierenverzorgers en trainers werken er momenteel in het park? Bestaat er een maximale leeftijdsgrens, of is het zolang de fysiek het toelaat?
JC: Voor het ogenblik 6 ervaren trainers in dienst. Tijdens het seizoen wordt dit aantal aangevuld met een drietal tijdelijke krachten waar we uiteraard liefst een paar jaar na elkaar beroep kunnen op doen. Fysiek wordt het werk na een aantal jaren wel wat zwaarder en iedereen maakt voor zichzelf op hoelang hij wil doorgaan. Er is weinig of geen ruimte voor doorgroei dus verlies je wel eens iemand met ervaring.
Vaak zijn ook de werkomstandigheden (weekendwerk en lonen bijvoorbeeld) een breekpunt.

Parkworld: Tot slot: Als u dag in, dag uit met dieren bezig bent, bestaat er dan nog vrije tijd, waarin u iets totaal anders kan doen, of gaat die vrije tijd ook nog uit naar de dieren?
JC: In ieder geval houden we er steeds rekening mee dat we kunnen opgebeld worden in geval van nood of als er een collega ziek wordt. Dit is een constante en niet altijd gemakkelijk om mee om te gaan. In mijn vrije tijd probeer ik van de natuur en de lichaamsbeweging te genieten en alweer eens het water in te duiken.

Parkworld: Bedankt voor uw tijd, en veel succes in Boudewijn Seapark.

Interview anno 2010