Missie van Boudewijn Seapark

BOUDEWIJN SEAPARK BRUGGE WETTELIJK PERFECT IN ORDE

 
Het hele verzorgersteam waakt erover dat de strengste vergunningsvoorwaarden en CITES-normen permanent worden gehandhaafd en waar mogelijk nog verbeterd. Het Vlaamse ministerie van leefmilieu, afdeling natuur, is de bevoegde instantie die op 8 september 2003 aan het dolfinarium die wettelijke vergunning heeft verleend. Deze vergunning verleent de toestemming om 12 tuimelaars te huisvesten en is gemotiveerd op grond van de verantwoorde educatieve en wetenschappelijke werking binnen het dolfinarium.
De federale overheden van hun kant hebben, vanuit de directie Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, op 27 februari 2004 officieel bevestigd dat het dolfinarium Brugge helemaal voldoet aan de strengste CITES-normen die vandaag worden opgelegd.

Op basis van deze beide vergunningen en met de goedkeuring van de Dierentuinencommissie (met o.a. prof. Eric Vanderstraeten) heeft Rudy Demotte, federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en bevoegd voor de afdeling Dierenwelzijn binnen het directoraat-generaal dier, plant en voeding, op 28 mei 2004 het Brugse Dolfinarium de officiële erkenning als dierentuin verleend.

Deze wettelijke erkenningen en officiële vergunningen zijn de bevestiging van de uitstekende zorg en de permanente bezorgdheid van het hele dolfinariumteam.
 
 
Mega massa's water.
In totaal beschikken de Brugse dolfijnen over een totale wateroppervlakte van ruim 800 m2 en bevatten de bassins samen meer dan 3 miljoen liter kunstmatig zeewater.

Het reusachtig hoofdbassin heeft de vorm van een cirkelsegment met een totale wateroppervlakte van 365 m2. Aan de zijkanten bedraagt de diepte 4 meter en in het midden 5,60 meter. Een gevuld hoofdbassin bevat, samen met de twee zijbassins, 2 miljoen liter kunstmatig zeewater.

Langs weerskanten van het podium liggen de zijbassins, elk met een wateroppervlak van 62 m3 en met een diepte van 3 meter. De scheidingen tussen deze bassins en het hoofdbassin liggen eveneens onder het wateroppervlak zodat door waterovervloeiing de watervlakte nog groter wordt. Deze zijbassins, ook wel wachtbassins genoemd, laten de verzorgers toe om de dieren individueel of in beperkte groep samen te brengen, o.a. voor medical training.

Achteraan in het dolfinarium ligt het quarantainebassin met een geheel afzonderlijk functionerende filterinstallatie. De wateroppervlakte van dit bassin bedraagt 300m² en de diepte haalt, net als de zijbassins, 3 meter. Dit bassin, goed voor 1 miljoen liter zeewater is hoofdzakelijk bedoeld als rustbassin voor zwangere dolfijnen en laat de moeder-dolfijnen ook toe in comfortabele omstandigheden te bevallen en de baby-dolfijnen te zogen tijdens de eerste drie levensmaanden.

Dit quarantainebassin wordt bij een geboorte ook heel speciaal uitgerust om de baby-dolfijnen in optimale omstandigheden te huisvesten. Omdat pasgeboren dolfijntjes hun immuniteit pas opbouwen na de geboorte wordt het hele bassin beveiligd met beschermnetten en houdt het verzorgersteam permanent (24u/24u - 7d/7d) toezicht via camerabewaking en nauwkeurige detailopvolging.

In januari en februari 2004 werd nog 400.000 euro geïnvesteerd in een nieuwe en speciaal gelaagde coating en schilderwerken. Tegelijkertijd werden de filterinstallaties van de grond af aan vernieuwd en gemoderniseerd. Preventieve investeringen om de leefomstandigheden optimaal te behouden.
 
Voeding en verzorging
Onze dolfijnen zijn onze kostbaarste vrienden. Zeven verzorgers zijn dagdagelijks in de weer om de dieren met de beste zorgen te omringen en het de dolfijnen best naar hun zin te maken. Een goede voeding en een medische opvolging alleen volstaan niet. Daarom wordt heel veel belang gehecht aan een uitstekend sociaal leven voor de dolfijnen, door en samen met het verzorgersteam.

Het Boudewijn Seapark Brugge besteedt de grootste mogelijke zorg aan een evenwichtige en kwalitatieve voeding van de dolfijnen. Op het gevarieerd menu staat eerste keus vis en inktvis, geschikt voor menselijke consumptie, dat in de meest hygiënische omstandigheden wordt bewaard en bereid. Omdat levende vis verhoogde risico's inhoudt voor diverse aandoeningen, en de hygiënische omstandigheden opvallend beter zijn, krijgen de dolfijnen dode vis te eten. Om alle bestanddelen van de voeding maximaal te behouden, wordt de vis onversneden aan de dolfijnen aangeboden. Wie herinnert zich trouwens nog de acties van dierenrechtenorganisaties die hardnekkig strijd leverden tegen het voeren van dieren met levende prooien. Blijkbaar waren ze toen ook al verkeerd.

Dankzij de deskundige begeleiding van drie bevoegde en gespecialiseerde dierenartsen (huisarts dr. Piet De Laender uit Brugge, dr. Tania Monreal uit Madrid en de Britse arts dr. Andrew Greenwood uit Keighley) kan het dolfinariumteam rekenen op een uitstekende medische opvolging van de dolfijnen. Gedetailleerde voedsel- en gezondheidsfiches en een deskundige medical training laten ons toe de dieren zeer goed te volgen. Mogelijke ziektesymptomen worden zo heel snel gedetecteerd en daardoor kan eventuele medicatie tot het strikste minimum worden beperkt. Medical training behoort tot de dagelijkse activiteiten in het dolfinarium. De dolfijnen leren zo een comfortabele houding te nemen voor medische interventies. Door deze dagelijkse oefeningen ontdekken ze de goede bedoelingen van hun verzorgers en ervaren ze geen enkele stress als de huisarts op bezoek komt. De vertrouwensband die er tussen beiden is, en die opvallend sterk is, is haast spreekwoordelijk. Zo verlenen de dolfijnen, op eenvoudige uitnodiging van hun verzorgers en zonder enige vorm van druk hun volle medewerking aan de afname van een bloedstaaltje. Zelfs een gedomesticeerde hond moet je vastbinden of muilkorven om dat te kunnen doen, niet? Wil u hiervan zelf eens getuige zijn, aarzel dan niet om bijgaande uitnodiging in te vullen en terug te sturen. Wij maken graag tijd voor u.

Zorgvuldige monitoring van de hele waterhuishouding, permanente vorming van de verzorgers, een professionele medical training, en uitstekende sociale contacten garanderen de optimaalste leefomstandigheden voor onze dolfijnen.
 
Sociaal leven
De sociale groep in het Dolfinarium is gevarieerd qua structuur : jonge en oude dolfijnen, volwassen dieren, 'pubers' en baby's, mannetjes en vrouwtjes. Net zoals dat in de natuur het geval is. Net zoals in de natuur en net zoals bij de mensen, is het dolfinarium evenmin de hemel op aarde. Maar een harmonieus dagelijks sociaal contact tussen de dolfijnen onderling en tussen de dolfijnen en hun verzorgers scheppen een uitstekende band tussen hen allen en staan garant voor een verrijkt sociaal leven. Naast voeding en verzorging spelen de verzorgers ook heel regelmatig met de dolfijnen en laten ze de dolfijnen ook zelf spelletjes verzinnen.

In elk geval kan u bij de dolfijnen in Brugge geen stereotiepe gedragingen of apathische houdingen vaststellen. Stereotiepe gedragingen worden veroorzaakt door aanhoudende stress die kan voorkomen bij verveling, wat in Brugge helemaal niet aan de orde is. De verzorgers staan garant voor een ruim programma-aanbod met heel veel variatie en degelijke interactie. Daarom zijn de dolfijnen in Brugge ook heel alert en gaan ze actief om met hun omgeving. De diversiteit van de vier bassins en hun onderlinge verbindingskanalen geven ruime zwem- en duikmogelijkheden. De dolfijnen zijn heel wendbaar en haast permanent in beweging, ook wanneer ze aan rusten toe zijn. Ze brengen het grootste deel van hun tijd door onder water en spelen met elkaar of met het speelgoed dat hen ter beschikking wordt gesteld. Ook hier is de gelijkenis met de natuur heel opvallend. 
 
Welzijn
Welzijn is geen exacte wetenschap, geen wiskundige materie. Welzijn is in ieder geval wel multifactorieel, en kan binnen bepaalde grenzen uiteraard variëren. Aspecten die in het dolfinarium minder aanwezig zijn, worden gecompenseerd door alternatieven. Bij de mensen is dat net zo. Wat op een bepaald punt ontbreekt, wordt gecompenseerd op andere domeinen. Het merendeel van de dolfijnen in Brugge zijn in het dolfinarium geboren en zijn vanaf hun prilste levensfase gesocialiseerd. D.w.z. dat ze mensen, hun verzorgers in de eerste plaats, maar ook regelmatige bezoekers, zien als een deel van hun groep, ook al ervaren ze wel dat ze anders zijn. Deze mensen dragen elke dag bij tot het welzijn van de dolfijnen.

Trouwens, is de natuurlijke situatie in het wild, wel écht de beste mogelijke? Wie zijn wij om daarover te oordelen? Vele dieren sterven erg jong, een groot deel van hun leven zijn op de vlucht of beleven ze angstsituaties, of moeten ze op zoek naar voedsel. De voor de hand liggende reden waarom dolfijnen soms lange afstanden afleggen. Als voedsel vlakbij voorhanden is, blijven dolfijnen ook sedentair. Dieren laten ook in de natuur het comfort primeren boven de inspanning. Velen sterven uiteindelijk in pijnlijke omstandigheden. Is dit de optimaalste welzijnsvorm?

We zijn ons ervan bewust dat er bepaalde situaties zijn waar het leven in gevangenschap inderdaad slechter is dan de situatie in het wild, en dat betreuren wij ook heel erg. Daarom werkt het dolfinariumteam elke dag opnieuw hard om het welzijn van de dolfijnen te optimaliseren.

Het merendeel van onze dolfijnen in Brugge is in het dolfinarium geboren en stellen het uitzonderlijk goed. Bepaalde wetenschappelijke bronnen, waaronder dr. Gérard LIPPERT – doctor in de diergeneeskunde en oceanoloog, vermelden dat de nataliteit van dolfijnen in dolfinaria direct gelinkt is aan het welzijn. Alleen dieren die het best naar hun zin hebben, zullen zich voortplanten.

Dit succes laat ons toe om een gevarieerde sociale groep te huisvesten, zonder dieren uit de leefgroepen in de natuur te moeten halen. Wij betreuren immers ook heel erg het feit dat dolfijnen gevangen worden in het wild, en dat deze dieren weggerukt worden uit hun natuurlijk milieu. Geboortes bij ons maken bovendien het leven in het dolfinarium gelijkwaardig aan dat van de natuur.

Wetenschappers zijn het erover eens dat de mortaliteit in de natuur ongeveer 7 à 9% bedraagt, m.a.w. op een populatie van 100 dolfijnen sterven jaarlijks 7 à 9 dolfijnen. In het Brugse Dolfinarium halen we percentages die een stuk lager liggen dan het natuurlijke equivalent.

Het dolfinariumteam slaagt er dus duidelijk in om het altijd maar beter te doen.
 
Educatieve meerwaarde
In het Dolfinarium Brugge worden kosten noch moeite gespaard om alle bezoekers een leerrijk en boeiend bezoek te bezorgen.

Op maat van de groep worden diverse programma’s geboden, waarbij u van nabij kennis kan maken met de zeezoogdieren in het algemeen en de dolfijnen in het bijzonder.

Specifieke informatieve bezoekprogramma’s als ‘Op Visite bij de Dolfijnen’ of ‘In het Zog van de Trainer’ maken u wegwijs in de wereld van de dieren. Een uitgebreide theoretische basis wordt getoetst aan de realiteit. Bezoekers die kennis maken met deze gesocialiseerde dieren, die helemaal niet angstig worden als ze mensen zien, levert een belangrijke bijdrage om de empathie met dolfijnen te verhogen. Het welzijn van de dieren blijft altijd de hoogste prioriteit.

Een onderlegd team van ervaren verzorgers en pedagogisch gevormde educatieve medewerkers begeleiden de geïnteresseerde bezoekers voor en achter de schermen van het dolfinarium. Zij staan open voor al uw vragen en reacties en geven u graag een concreet en duidelijk antwoord.

Een recent ontwikkelde en rijk geïllustreede expositie, en een nieuwe informatieve dvd maken de bezoeker wegwijs in de wereld van zeezoogdieren en dolfijnen, en vormen de ideale basis voor de toekomstige bezoeker. Of ze motiveren bezoekers om meer te weten te komen over de dolfijnen.

Lespakketten op maat van de klasgroepen, die perfect beantwoorden aan de gestelde leerplannen, leveren een belangrijke bijdrage tot de vorming van duizenden en duizenden schoolkinderen die jaarlijks op bezoek komen in het dolfinarium.

Specifieke bezoekprogramma's voor blinden en slechtzienden dragen eveneens bij tot de ontwikkeling van het inlevingsvermogen van visueel gehandicapten. Voor hen is het dolfinarium de enige plek waar zij zich een uitstekend beeld kunnen vormen van hoe dolfijnen er echt uitzien. In samenspraak met de organisatie ‘Delphus’ willen we verder de mogelijkheden van een goed onderbouwd interactieprogramma bestuderen en eventueel uitwerken. In de eerste plaats voor de blinden en slechtzienden en in een later stadium wellicht ook voor andere gehandicapten.

De grootste gemene deler van al deze projecten en modules is niet het tonen van dolfijnen, maar wel laten zien wat in de mens-dier relatie kan worden bereikt. Hierbij is de trainingstechniek niet gebaseerd op dominantie van de mens over het dier, maar wel op het uitnodigen en motiveren om te doen en te tonen wat de dolfijnen kunnen. Situaties die het dier in gevaar zouden kunnen brengen (maar waar ze wel kunnen voor gemotiveerd worden) worden dan ook bewust en resoluut geweigerd. Dolfijnen in Brugge springen niet door ringen of hoepels.

Tenslotte willen we nog even denken aan de vele tientallen kinderen die via Make-A-Wish Foundation of andere wensenorganisaties een onvergetelijk moment hebben meegemaakt. Niet alleen kinderen maar ook volwassenen met levensbedreigende ziekten of zware handicaps vonden en vinden nog steeds een moment van intens geluk voor zichzelf en hun naaste familie aan de rand van het dolfijnenbassin. Dat willen we voor die mensen nog lang blijven doen.

Al deze educatieve projecten dragen bij tot de sensibilisering van de bezoeker. Wie goed geïnformeerd is, zorgt ongetwijfeld ook met heel veel respect voor onze kostbare natuur en milieu.
 
Wetenschappelijke meerwaarde
Net omdat wetenschappers zich meer en meer bewust zijn van de negatieve gevolgen van wetenschappelijk onderzoek in de natuurlijke leefgebieden van de dolfijnen, doen zij vaak een beroep op de medewerking van een dolfinarium. Het Dolfinarium Brugge werkt graag mee aan dergelijke projecten. De natuurlijke biotopen kunnen zo ongeschonden en gaaf bewaard worden voor de de toekomst.

De Vrije Universiteit Brussel voert een onderzoek naar de objectieve bepalingen van de stressfactoren bij dolfijnen.

De Universiteit van het Nederlandse Utrecht levert dan weer baanbrekend onderzoek naar het zelfbewustzijn van dieren in het algemeen en dolfijnen in het bijzonder. Verder werkt ze aan een complete catalogus van alle gedragingen van dolfijnen zodat het welzijn van de dieren meetbaar wordt aan de hand van hun gedrag.

In het kader van een Europees onderzoek om de bijvangst van dolfijnen in de sleepnetvisserij te reduceren, loopt er in het najaar 2004 een studie-onderzoek met het team van Ron A. Kastelein van Sea Mammal Research.

In het verleden hebben wetenschappelijke onderzoeken in de Brugse Dolfidroom al bijgedragen tot de ontwikkeling van een vaccin tegen vlekziekte. Dit project is een initiatief van de Rijksuniversiteit van Gent.

In samenwerking met de Hogeschool Delft en onder leiding van prof Kees Camminga werd in het Dolfinarium Brugge een diepgaand onderzoek gevoerd naar de ontwikkeling van de sonar bij baby-dolfijnen. Dit onderzoek wees uit dat onze dolfijnen van jongsaf perfect in staat zijn om hun sonarsysteem te sturen en aan te passen aan de omstandigheden, net zoals dat in de natuur het geval is.

De universiteit van Milaan, afdeling veeartsenij, voerde een onderzoek naar de aanwezigheid van parasieten in de voeding van de dolfijnen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de dolfijnen zelf.

Ook in de toekomst zal team van het Boudewijn Seapark graag meewerken aan nieuwe en wetenschappelijk verantwoorde onderzoeksprojecten die kunnen bijdragen tot een betere kennis van de zeezoogdieren.

Al deze wetenschappelijke projecten dragen eveneens bij tot de sensibilisering van de toekomstige bezoeker. Wie goed geïnformeerd is, zorgt ongetwijfeld ook met heel veel respect voor onze kostbare natuur en milieu.
 
De Natuur, ook onze zorg
Nogal wat dolfijnenfans willen liever de dolfijnen in hun natuurlijke omgeving bezoeken. Vaak worden deze vrienden de grootste vijanden van de dolfijnen. De vele toeristische zeetochtjes verstoren vaak grondig het natuurlijk evenwicht van deze dieren. Ongecontroleerd menselijk contact conditioneert de dolfijnen op een tegennatuurlijke manier. De dolfijnen hechten zich stilaan aan de mensen, net omdat ze door hen worden gevoed, en hebben dus geen argwaan als vissers met minder goede bedoelingen naar hen toekomen. Door dit contact met mensen gaan dolfijnen ook vaak hun jongen verwaarlozen en krijgen we een abnormale hoog sterftecijfer van jonge dolfijnen. Contact mensen leidt bovendien vaak tot nodeloze overdrachten van virussen en bacteriën.

U zal het met ons eens zijn dat een gegidst bezoek aan het dolfinarium, onder de deskundige begeleiding van onze verzorgers, veel meer educatieve waarde heeft dan een wilde toeristische uitstap, georganiseerd door commercieel getalenteerde rederijen.

Wetenschappers en gespecialiseerde vorsers veroordelen helemaal de idee om dolfijnen die in dolfinaria geboren zijn of er al jarenlang wonen, terug te plaatsen in hun natuurlijke habitat en hebben bovendien vaak ernstige twijfels over het nut van de zogenaamde ‘rescue centers’. Zij stellen zich heel erg kritisch op inzake terugplaatsing van zeezoogdieren in de natuur. De risico’s verbonden aan het opnieuw uitzetten van dolfijnen of ook zeehonden bvb in het natuurlijk milieu zijn immers aanzienlijk. Aangespoelde dieren zijn altijd verzwakte dieren en vaak drager van bepaalde ziektes. De natuur zelf heeft deze dieren verwijderd uit hun leefgemeenschap om te vermijden dat ze de hele groep zouden besmetten en op termijn het ras aanzienlijk zouden verzwakken. Het basisprincipe van natuurlijke selectie is dat.

Dieren die in een menselijke omgeving werden gehouden en/of verzorgd zijn mogelijkerwijs drager van besmettelijke ziektes via menselijk contact overgedragen, en kunnen op hun beurt, na terugplaatsing, hun natuurlijke sociale omgeving besmetten of de genetische karakteristieken van het hele ras op termijn ernstig schaden. Bovendien staan deze dieren bloot aan immense gevaren. Ze zijn niet vertrouwd met hun natuurlijke vijanden en zullen niet aarden in een vreemde sociale groep.

Op de volgende pagina’s gaan we graag dieper in op een aantal misverstanden die bij bepaalde mensen leven. Elke stellingname wordt in bijgaande fiches duidelijk en objectief gedocumenteerd en gemotiveerd.

Het sonarsysteem van een dolfijn functioneert normaal in een bassin.
Eenvoudig gezegd bestaat het sonarsysteem uit een hoogfrequent geluid dat uitgestuurd wordt, teruggekaatst door obstakels en daarna door het dier geïnterpreteerd wordt. Deze echolocatie wordt gebruikt om een prooi te detecteren, predatoren af te schrikken, positie te bepalen, beeldvorming van de omgeving en communicatie onderling.

Vaak wordt beweerd dat dolfijnen verward raken door hun eigen sonarsysteem in een bassin door overvloed aan informatie en dat een soort ruis ontstaat vanwege de continue stroom echo’s dat het dier ontvangt.

Echolocatie is uitgebreid onderzocht en de resultaten tonen duidelijk aan dat dolfijnen hun sonar zeer gericht kunnen gebruiken, hem aan en uit kunnen schakelen om voedsel te zoeken, hun positie bepalen e.d. Vaak brengen ze lange periodes ‘stil’ door, vooral wanneer ze rusten. Dit vormt voor hen zelfs een groot probleem bij het detecteren van drijfnetten. Ook hebben ze volledige controle over frequentie en amplitude van hun signalen, ze kunnen dus naar believen luider, stiller of helemaal niet echoloceren. Op die manier kunnen ze zich dus perfect aanpassen aan hun omgeving. In ‘Animal Sonar System’ beschrijft de W.W.Z. Au onderzoek dat uitwijst dat de amplitudo van geluiden die dolfijnen uitsturen in bassins 1/100 is van deze die ze uitsturen in open water waar meer achtergrondgeluiden zijn en de reflectie minder. M.a.w. dolfijnen zijn perfect in staat hun echolocatiesysteem aan te passen aan de omstandigheden.

Wat Brugge betreft kunnen we verwijzen naar onderzoek dat bij ons gebeurde door Dr. C.Kamminga (Hoge School in Delft) die stelt dat dieren in gevangenschap hun sonar op exact dezelfde manier gebruiken als dieren in het wild.

Dat wil zeggen dat in helder water sonar gebruikt wordt als extra hulpmiddel om nieuwe voorwerpen te onderzoeken en er zich een beeld van te vormen. Ook voor het opsporen van voedsel en het scannen van voorwerpen die zich heel dichtbij bevinden.

Verder maken dolfijnen naast een heel scala aan hoorbare geluiden, veelal gebruik van visuele signalen om te communiceren en vertrouwen ze op hun gezichtsvermogen bij het bewegen door de ruimte.
 
Dolfijnen leven even lang in gevangenschap dan in het wild.
Bewijs dat dolfijnen in dolfinaria langer leven dan hun soortgenoten in het wild is beperkt, gezien de relatief korte tijd dat deze huisvesting bieden voor deze dieren.

Verwacht wordt dat dit zal blijken uit toekomstige studies.

Voor het ogenblik staat vast dat hun levensverwachting zeker zo hoog ligt als voor hun soortgenoten in het wild. Onderzoek (DDrs.Duffield en Wells) toont aan dat de gemiddelde leeftijd 13,9 jaar bij vrouwtjes en 14,9 jaar bij mannetjes is in het wild, voor dolfinaria 12,7 en 14,9 jaar. De overlevingsfactor per jaar is 93%, identiek als deze in het wild.

Onder menselijke zorg maken tuimelaars meer kans op een goede gezondheid. Ze consumeren voedsel van hoge kwaliteit, krijgen medische begeleiding en worden vrijgehouden van parasieten. Ze kunnen zich voortplanten, vormen complexe groepen en zijn mentaal en fysisch in goede vorm.

In het wild staan de dieren bloot aan ziektes, aanvallen van roofdieren, pollutie, visserij, verwonding door pleziervaartuigen,… die samen duizenden slachtoffers per jaar maken.

De kennis van de psychologie van zeezoogdieren en de daarbijhorende medische technieken hebben een hoge vlucht genomen sinds de eerste schuchtere stappen in de jaren ’70. Daardoor leiden de dieren een lang en gezond leven, wat mede mogelijk werd door de interesse van het publiek.

Deze kennis is ook essentieel voor het opvangen en verzorgen van gestrande en zieke of gekwetste dieren uit het wild.

Dolfijnen kunnen meer dan 40 jaar worden, hoewel slechts 1 à 2% onder hen deze hoge leeftijd bereikt in zee. Ook in dolfinaria zijn deze leeftijden niet uitzonderlijk.
 
De bassins zijn aangepast aan de noden van de dolfijnen.
Het feit dat de levensverwachting en de gemiddelde levensduur van tuimelaars in gevangenschap identiek zijn aan die van dieren in het wild is een goede indicator dat dit het geval is.

Sommige groepen tuimelaars prefereren goed beschutte, voedselrijke baaien en estuariums als leefgebied dat ze enkel in nood verlaten ( voedselgebrek, betere klimatologische omstandigheden, roofdieren, partner zoeken).

Vaak brengen ze hun leven in dezelfde ondiepe wateren door (M.Klinowska GBR : 2-6m, onafhankelijke studie voor de Britse regering). Dit maakt hen dus zeker geschikt voor bassins.

Bassins die overigens ruimschoots voldoen aan de voorstellen tot normen die voor Europa opgesteld werden en die gehanteerd worden door het wetenschappelijk comité van CITES. Deze normen geven richtlijnen voor dieptes, oppervlakte, volumes en waterkwaliteit. Als de dieren in een klein bassin ondergebracht worden, gebeurt dit hetzij om gezondheidsredenen, hetzij om hen individueel te trainen.

Het Boudewijnpark voldoet aan alle wettelijke normen die op dit vlak gelden en heeft onlangs nog een bevestiging hiervan ontvangen onder de vorm van een erkenning als dierentuin.
 
Dolfijnen ondervinden geen ongemak ten gevolge van de chemicaliën in het water.
Daarvoor bestaat geen wetenschappelijk onderlegd bewijs en dat is logisch gezien deze producten enkel dienen om de natuurlijke condities te imiteren en het water zuiver te houden.

De voornoemde voorstellen tot Europese normen bepalen overigens eveneens de kwaliteit waaraan het water in het bassin moet voldoen.

Het zoutgehalte moet de dieren een goede conditie verzekeren en een psychologisch veilige omgeving met een optimale osmotische balans voor hun cellen.

Chloor dient enkel om het water zuiver te houden, vrij van algen en bacteriën. Het niveau ervan is zodanig laag dat het geen ongemak bezorgt aan de dieren (huid of ogen) en ligt veel lager dan het gehalte chloor gehanteerd voor zwembaden. Irritaties komen namelijk voor bij grote ophoping van vuil ( op korte tijd veel mensen in het water). In een dolfinarium is deze hoeveelheid vuil constant en de toevoeging van chloor dus ook.

Dagelijks wordt ons water gecontroleerd op zout- en chloorgehalte, ph en temperatuur zodat we ervan verzekerd zijn dat alle elementen aanwezig zijn om het water veilig en zuiver te houden. Voldoende pompen zorgen er voor dat het water maximaal gefilterd en gezuiverd wordt (turn over 3u).
 
De gezondheid van onze dolfijnen is onze zorg.
Veel mensen hebben een vertekend beeld hebben van het leven in het wild. Dit is nl. geen bestaan vol spel en ontspanning zoals vaak wordt voorgesteld.

De overlevingskansen van baby’s zijn klein, dolfijnen zijn blootgesteld aan long- en andere ziektes, parasieten, gewelddadige confrontaties met soortgenoten, hongersnood, enorme kwetsuren veroorzaakt door propellers, predatoren, verdrinking in visnetten e.d.

Schrammen en schaafwonden komen derhalve zeer frequent voor in dolfijnenpopulaties en zijn allesbehalve uitzonderlijk, evenals huidaandoeningen. Vaak zijn ze het gevolg van onderlinge confrontaties bedoeld om een sociale rangorde te vestigen, vooral onder mannetjes, zoals ook bij andere zoogdieren het geval is.

Een betere veterinaire kennis en een hoge kwaliteit van de huisvesting heeft er wel toe geleid dat dolfijnen in gevangenschap een langer en gezonder leven kunnen leiden.

Medical training laat toe de dieren regelmatig te controleren op verwondingen en infecties, ze op een niet stresserende manier te behandelen en vrij te houden van parasieten.

Dagelijks wordt voor elk dier de voedselconsumptie bijgehouden en indien nodig aangepast aan de omstandigheden (zwangerschap, temperatuur van het water).

Hun voedsel bestaat uit 1ste keus vis en inktvis, geschikt voor menselijke consumptie.

Het verlies aan voedselkwaliteit door invriezen wordt gecompenseerd door het toedienen van een goed gedoseerd aantal vitamines aangepast aan de noden van de zeezoogdieren.

Jaarlijks worden medewerkers (trainers) uitgestuurd naar conferenties, workshops e.d. om nieuwe kennis op te doen.

Moderne medische technieken worden gebruikt.
Oog- en huidirritaties worden vermeden door zorgvuldige monitoring van het chloorgehalte. De letsels die vroeger wel eens voorkwamen door verkeerd gebruik van chloor of ongevallen met chloor in gasvorm (nu vloeibaar) wordt zo vermeden.

Door de verschillende instellingen wordt onderzoek verricht naar oplossingen voor specifieke problemen bij zeezoogdieren.

1° In Brugge werd bv. gezocht naar een vaccin tegen vlekziekte (Erysipelos) door Dr. G. Lacave, (in samenwerking met RUG).

2° Tattoo is een onschuldige virale infectie op de huid die vlekken veroorzaakt waarvoor nog geen remedie gevonden werd.
 
Dolfijnen zijn dieren die in gevangenschap normaal gedrag vertonen.
Vroegere waarnemers die geen duidelijke kijk hadden op dolfijnen werden gebiologeerd door deze dieren. Al vlug werden ze bestempeld als superintelligent en bovenmenselijk zodat ze een speciale status onder de in gevangenschap levende dieren verdienen.
 
Maar wat rechtvaardigt deze stelling?
Dolfijnen hebben een groot vermogen om te leren en te onthouden maar de meeste hogere zoogdieren kunnen dit in dezelfde mate. Ze hebben wel degelijk een groot en complex brein, dat vaak vergeleken wordt met het menselijke, maar wat kan daaruit gesteld worden: herseninhoud is geen indicator voor intelligentie. De hersencapaciteiten die geassocieerd worden met intelligentie zijn subtieler en moeilijker te definiëren dan alleen relatieve grootte. Niet de hoeveelheid maar welke de inhoud is en hoe die gestructureerd zijn is bepalend. Dolfijnen zijn uitzonderlijk goed uitgerust voor het leven in hun milieu en die functies daarvoor nodig zijn sterk uitgebouwd.

Zeker is wel dat sommige individuen slimmer zijn dan andere. Dit gegeven en dus de capaciteiten van elk dier afzonderlijk, wordt in rekening gebracht bij de dagelijkse trainingen. In tegenstelling tot andere dieren in gevangenschap vormen deze voor onze dieren een geestelijke en fysische stimulans en een uitdaging om hun kunnen te tonen.

Precies het plezier dat ze hieraan duidelijk beleven maakt hen geschikt om met de mens samen te werken. We mogen veronderstellen dat dolfijnen in het begin niet uit andere overwegingen gevangen werden dan het tentoonstellen van de soort zoals dat ook voor andere soorten gold. Omdat ze echter zo vindingrijk zijn in het bedenken van spelletjes en vaak zelf contact met de mens initiëren ontstond er een nauwe samenwerking die resulteerde in verschillende vormen van training.

Training gebeurt steeds op een positieve manier en is gebaseerd op motivatie. De aandacht voor het dier vormt op zich reeds een stimulans. De sessies worden zo veel mogelijk gespreid zodat de aandacht van de dieren zo vaak mogelijk gevangen wordt. Op die manier ontstaat een veelheid aan activiteiten en wordt stereotiep gedrag vermeden.

Het is natuurlijk wel zo dat de bewegingsvrijheid beperkt is tot de beschikbare ruimte. De noodzaak tot het afleggen van grote afstanden valt echter weg doordat voedsel, partners, en goede omstandigheden voorhanden zijn. Dit vereist wel dat de groep voldoende groot en gevarieerd is zodat de dieren complexe sociale relaties uit kunnen bouwen en zo een normaal groepsgedrag vertonen.

Verder is het goed om even stil te staan bij de termen ongelukkig – gelukkig. Beide worden normaal geassocieerd met menselijke gevoelens en we glijden vlug af naar antropomorfisme als we ze gaan toepassen op dieren.

Als we onder een ‘gelukkige’ dolfijn verstaan: een dolfijn in vrijheid dan, is deze term niet van toepassing op onze dieren.

Als we onder een ‘gelukkige’ dolfijn verstaan: een dier dat sociale relaties uitbouwt in een groep, gevarieerde interacties heeft gedurende het verloop van de dag en het jaar, regelmatig stimulansen krijgt en inventief is, dan kunnen we zeggen dat onze dieren gelukkig zijn.

Ons doel is de tijd die vrijkomt, omdat de noodzaak tot voedsel zoeken en zelfverdediging wegvalt, zo goed mogelijk in te vullen, de verveling te vermijden en toch voldoende ruimte laten voor onderlinge flexibele contacten.
 
Overlevingskansen zijn vergelijkbaar met die in de natuur
In vergelijking met andere diersoorten worden dolfijnen slechts sinds korte tijd in gevangenschap gehouden.Tijdens deze periode werd grote vooruitgang gemaakt in de kennis over deze dieren en de vereisten waaraan de huisvesting moet voldoen. Uit het verleden werden lessen getrokken. Sommige dieren werden inderdaad onder slechte omstandigheden gehuisvest en stierven dan ook.

Deze zonden uit het verleden achtervolgen de dolfinaria nog steeds onder de vorm van propaganda die tegen hen gebruikt wordt. Deze propaganda is dus vaak gebaseerd op mythes en gedateerde informatie over voorvallen en mislukkingen die nu noch door de wet noch door de dolfinaria zelf zouden getolereerd worden.

Vergelijkende demografische studies van populaties uit het wild en in gevangenschap tonen aan dat leeftijdsspreiding, maximum en gemiddelde leeftijd en reproductieve parameters tegenwoordig overeenstemmen (vgl. met gegevens over een in Sarasota Florida residerende groep met jaarlijkse data van Vereniging van Zeezoogdieren, Parken en Aquaria). Dit bewijst dat de huisvesting van dolfijnen steeds efficiënter wordt en aangepast aan de noden van de dieren.

Ook in Brugge hebben we geleerd, zij het vaak op een harde manier. Dit resulteerde in bijzonder goede overlevingskansen van onze baby’s de laatste jaren.
 
Dolfijnen kunnen meestal niet terug uitgezet worden
Vaak wordt het vrijlaten van dieren gezien als een logische en correcte oplossing in de controverse rond zeezoogdieren in gevangenschap (bemerk dat deze discussie zich vooral toespitst op zeezoogdieren en zelden gevoerd wordt voor andere diersoorten).

Tot het jaar 2000 werd melding gemaakt van 58 gevallen waarin tuimelaars vrijgelaten werden en 12 waarbij orca’s betrokken waren (Centre of Whale research, Friday Harbor).

Daarbij zijn 12 gevallen waarbij tuimelaars en 1 orca die langer dan 1 jaar in gevangenschap waren, actief werden vrijgelaten.

Van deze laatste zaak werd nadien geen follow up gedaan en is dus geen verdere informatie beschikbaar.

Alle andere gevallen betroffen:
- dieren die slechts voor korte tijd in gevangenschap waren
- gestrande dieren die na rehabilitatie opnieuw uitgezet werden mede dankzij de inzet van vrijwilligers bijgestaan door dolfinaria, zoos, enz.
- dieren die verdwenen bij open water activiteiten of uit open water bassins vb. (US Navy).

In de eerste twee gevallen ging het om dieren die zich niet aanpasten aan gevangenschap en dus niet gerehabiliteerd dienden te worden. In het laatste geval werd nadien geen positieve identificatie gedaan van de dieren.

Van de werkelijke vrijlatingen zijn enkele goed gedocumenteerd, één ervan werd nadien omschreven als een publiciteitsstunt, zonder aandacht voor het welzijn van de dieren (Into the blue), ander worden beschouwd als slecht voorbereid (uitzetten van zieke dieren of op voor hen vreemde plaatsen ) en meestal ontbreekt elke informatie over hun lot na de uitzetting.
 
Twee gevallen waren goed voorbereid :
Echo en Misha (1990) werden gevangen in de baai van Sarasota met de bedoeling ze later (2 jaar) op die plaats terug uit te zetten na een studie op echolocatie en na een lange readaptatieperiode. Positieve identificatie van deze dieren gebeurde, nadien volgden er nog meerdere.

In 1981 werden 9 tuimelaars (waaronder 4 jongen en 1 zwanger vrouwtje) uit AMP (Atlantis Marine Perth, Australië) vrijgelaten toen het park sloot en geen alternatieve verblijfplaats voor hen gevonden werd. Deze actie werd grondig en langdurig voorbereid. Alle dieren droegen een radiozender. Drie dolfijnen kwamen terug binnen in slechte toestand (1 moeder had zelfs haar jong verlaten ). Alhoewel later melding werd gemaakt van gemerkte dieren, volgde geen positieve identificatie meer van de andere dieren , ook al omdat de radiosignalen na verloop van tijd uitvielen.

Na studie van alle gevallen kwam de Canadese Adviescommissie voor Zeezoogdieren tot het volgende besluit: uitzetten van dieren die lange tijd in gevangenschap verbleven, is niet aangewezen.

De 6 dieren die een aantal jaren geleden in Haïti terug in zee gebracht werden na een verblijf van slechts 1 maand in een bassin kunnen dus in geen geval een referentie zijn voor de dieren uit Brugge waar het merendeel van de dieren ter plaatse geboren is.
 
Bij reïntroductie moet een aantal belangrijke zaken overwogen worden:
1. Is het dier voldoende fit ? Zeker is dat uitzetten voor oudere dieren een zekere dood, en zelfs voor jongere dieren een groot risico inhoudt.
2. Heeft het dier voldoende vermogen of kennis om zich aan te passen, zich zelf te voeden en te overleven?Dit betekent niet enkel de vaardigheid om prooien te vangen (hoewel essentieel), maar overleven vereist een serie van complexe gedragingen en psychische en fysische capaciteiten. Hoe leer je bv. een dier hoe het zijn prooi moet opsporen wanneer dit betekent dat het zich moet verplaatsen over aanzienlijke afstanden? Hoe leer je het vijanden te detecteren en te vermijden?
3. Wat is de biologische en ecologische impact op het bestand in het wild ? Het is zinloos één dier uit te zetten en daarmee het voortbestaan van honderden andere op het spel te zetten. In dit verband wordt soms verwezen naar de epidemie onder de zeehonden (1986), te wijten aan een virus, gelijkaardig aan dat van de Europese hondenziekte en die wel eens veroorzaakt zou kunnen zijn door het uitzetten van dieren, dragers van een niet-geïdentificeerd virus.

Als de dieren niet in hun natuurlijke groep teruggeplaatst worden, schuilt dan geen gevaar in de genetische vermenging van de populatie?

Experten geloven dat het uitzetten van dieren die een langere tijd in gevangenschap verbleven en in gevangenschap geboren werden, een risicovolle onderneming is, zelfs na een grondige voorbereiding zinloos is indien er geen mogelijkheid is de dieren op te sporen en te volgen nadien. Gesteld wordt dat slechts één derde van de dieren het eerste jaar en minder dan 1% helemaal overleeft.

Ontmoetingen met dolfijnen kunnen beter niet in hun natuurlijk milieu gebeuren.
Afgezien van het feit dat slechts weinigen de financiële middelen hebben om dit te kunnen doen, kunnen ook vragen gesteld worden over de wenselijkheid hiervan.

Elk jaar wordt melding gemaakt van heel wat mens-dolfijn ontmoetingen. Dit zijn toevallige gebeurtenissen vaak geïnduceerd door de dieren zelf, maar zonder werkelijk contact, natuurlijke nieuwsgierigheid in combinatie met een normale angst voor mensen.

Wanneer deze ontmoetingen frequenter worden of geënsceneerd, ontstaat een conflictsituatie tusssen het natuurlijke gedrag van de dieren en hun aanpassingsvermogen aan nieuwe situaties met risico’s voor zowel dier als mens.

Het leefgebied kan aangetast worden, de populaties en hun gedrag verstoord, zelfs al neemt men de strengste voorzorgsmaatregels in acht. Het ligt in de aard van de mens om controle te willen over de dieren en hun onderlinge ontmoetingen. Het is niet denkbeeldig dat een vorm van toerisme ontstaat.

Gezien het enorme verspreidingsgebied van de dieren, is controle bij deze ontmoetingen onmogelijk. De contactgericht aard van dolfijnen maakt ze interactief.

Welke gevolgen er kunnen zijn, kan geïllustreerd worden met voorbeelden uit de werkelijkheid.

Sinds jaren fungeerde een aldaar residerende groep tuimelaars nabij Bay Country Florida als een grote trekpleister voor de lokale stranden. Ongewoon helder water liet toe de dieren op afstand te bewonderen en te volgen. De dieren zelf haalden voordeel uit het volgen van vissersboten die hun afval in zee dumpten. Gesterkt door deze ontmoetingen legden de dieren hun vrees voor de mens af. Al gauw volgden berichten over opzettelijk voeren, wat het natuurlijke gedrag nog meer in de war bracht. De situatie degeneerde verder tot voederen op commerciële schaal op specifieke plaatsen. De dolfijnen werden steeds meer afhankelijk van het aangeboden voedsel en verloren de capaciteit en de wil om zichzelf van voedsel te voorzien.

Diezelfde mechanismes aan het werk bij training werden hier van toepassing

Agressieve uitingen zoals bijten, slaan met de staart en sexuele onderwerping zijn normaal onder dolfijnen en wilde dieren, maar in combinatie met het verstrekken van voedsel door mensen, leidden deze tot gevaarlijke situaties. De inconsequentie van de voorhanden zijnde trainers versterkt dit nog. Soortgelijke situaties verzuurden de natuur van de tuimelaar Tia (Caraguatantuba, Brazilië 08/12/1994) en resulteerde in de dood van een toerist.

Naast potentieel gevaar voor mensen bestaat ook de kans voor gewilde en ongewilde slachtoffers onder de tuimelaars en aanvaringen met boten. Verscheidene rapporten over opzettelijke verwondingen bij dieren kwamen binnen.

Vreemde antilichamen gevonden bij tijdelijk gevangen dieren, wijzen op overdraagbare ziektes. Hogere sterftecijfers onder jongen (Monkey Mia, Australië ) bevestigen dit en kunnen een identificatie zijn dat de jongen na een tijd verwaarloosd werden.

Steeds meer van dit soort ontmoetingsplaatsen werden gemeld en in oktober 1993 verklaarde het “New Orleans Appeals Court” deze contacten illegaal. Er is echter niet voldoende mankracht om dit verbod te kunnen doen naleven.

Beter publiek bewustzijn en uitleg over de sociale- en gedragsregels die hier spelen, kunnen helpen om dit fenomeen te controleren. Een gezamelijke taak voor regering, zeezoogdierenparken en natuurbeschermingsgroepen lijkt hier weggelegd. Bewustwording van de wilde en potentieel agressieve aard van de zeezoogdieren kan gepaard gaan met eerbied voor hun natuurlijke staat.

Waarschijnlijk zal hier aangevoerd worden dat parken het monopoly in interactie met dolfijnen willen, maar ze zijn vooral niet gebaat met een negatief imago over dolfijnen.
 
Meer dan show alleen.
Een belangrijk aandeel van de trainingstijd wordt gespendeerd aan “Medische Training”. Dit betekent dat de dieren getraind worden om vrijwillig mee te werken aan regelmatig fysisch onderzoek en afname van staaltjes die een aanwijzing kunnen geven omtrent de gezondheidstoestand van de dieren. Dit aangeleerd gedrag wordt routinematig uitgevoerd en gaat van afname van bloed, ademhaling en fecale staaltjes tot echografisch onderzoek en opvolging van zwangerschappen. Indien nodig kan het op elk gewenst moment uitgevoerd worden.

Deze vorm van training versterkt de band tussen trainers en dolfijnen, maakt preventief optreden tegen ziektes mogelijk en de behandeling van zieke dieren vaak heel wat makkelijker.

Het welzijn van de dieren en het vermijden van stressvolle situaties primeert hier dus. Belangrijk is ook dat niet alleen voedsel daarbij de beloning uitmaakt maar ook de tactiele stimulans en de aandacht voor de dieren. Vaak zijn ze dan ook bereid verder te gaan, na de voeding, enkel en omwille van het plezier in de interactie besteed en dit heeft dus geen directe weerslag op het spektakelgedeelte van de show (noodzakelijk om aan de vraag van het publiek te voldoen), maar kan wel gebruikt worden voor educatie van het publiek.

Training gebeurt steeds op een positieve manier en vormt voor de dolfijn een geestelijke en psychische stimulans.

Deelname aan training of show is steeds vrijwillig en vast staat dat de dieren het fijn vinden om hun kunnen te etaleren.

Naast training wordt door de parken ook tijd vrijgemaakt voor wetenschappelijk onderzoek.
 
Specifiek voor Brugge:
Onderzoek naar sociale structuren, werking van sonar, opsporen van parasieten, vaccin tegen vlekziekte, mogelijke positieve gevolgen in de behandeling van gestrande dieren en behoud van wildpopulaties.

Verder loopt een onderzoek dat gevoerd wordt in samenwerking met de Nederlandse autoriteiten. Doel is het verminderen van de bijvangst van dolfijnen in de visserij door na te gaan op welke manieren dolfijnen kunnen gewaarschuwd worden door middel van geluidssignalen.
 
Dolfinaria vervullen een educatieve rol.
Ongeveer 300 à 350 000 ouders en kinderen bezoeken jaarlijks het Dolfinarium te Brugge. Daarnaast volgen enkele tientallen klassen een informatieve les over zeezoogdieren in het algemeen, de werking van het dolfinarium, beschouwingen i.v.m. natuurbescherming en gevaren voor wildpopulaties.

Iedere bezoeker heeft de mogelijkheid onze ruime tentoonstelling in de inkom van het dolfinarium te bezoeken. Op een aanschouwelijke manier wordt uitleg gegeven over het gedrag, de anatomie en fysiologie van onze dieren. Tijden de lessen en rondleidingen gaat heel wat aandacht gaat uit naar sensibilisatie tegenover natuurbehoud en de gevaren waaraan wildpopulaties blootstaan door menselijke activiteiten.

- Ontwikkeling van kustwateren en beïnvloeding van kuitplaatsen van prooivis.
- Pleziervaart.
- Tonijnvangst (20 000 slachtoffers per jaar, alleen al in de Amerikaanse wateren).
- Drijfnetten.
- Vleesconsumptie.
- Pollutie.
- Visserstuig, plastic, achteloos in zee geworpen vuilnis die dodelijk wordt eenmaal ingeslikt of wanneer de dieren erin verstrikt geraken.
Bovendien wordt tijdens de show op een speelse en directe manier nogmaals informatie gegeven en aandacht geschonken aan de kenmerken van onze dieren, de geweldige prestaties waartoe ze in staat zijn, aanpassingen aan hun milieu, de intense samenwerking die mogelijk is met de mens, opgebouwd vanuit wederzijds respect en een sterke onderlinge band.
Op diezelfde manier worden over de hele wereld miljoenen mensen bereikt en kunnen dolfinaria en parken een substantiële bijdrage leveren tot een meer behoudende attitude van hun publiek ten opzichte van het milieu.

Het publiek zelf reageert positief op deze boodschappen. In opdracht van de Vereniging voor Zeezoogdierenparken en Aquaria (die de grootste parken verenigt en met een bezoekersaantal van 32 000 000 per jaar) werd in het verleden onder de bezoekers vragen gesteld over de rol die deze parken kunnen vervullen.

Heel wat mensen (> 90 %) zagen hen als plaatsen waar info die anders moeilijk of niet te verkrijgen is, verstrekt werd.

Als belangrijk werden aangestipt:

- Informeren van het publiek op een meestal leuke manier (60%)
- Meer informatie betekent meer interesse (86 %) en een positievere houding t.o.v conservatie.
- Studie van dieren in gevangenschap helpt de bescherming van de populaties in het wild (84 %)
- Een unieke gelegenheid om de dieren in levende lijve te zien, vooral voor kinderen  (90%).
- De opgedane kennis van de dieren kan gebruikt worden om gestrande of zieke dieren uit het wild te helpen (90%).

Dolfinaria spelen een belangrijke rol in de bescherming van zeezoogdieren en het milieu

Miljoenen mensen over de hele wereld bezoeken jaarlijks een zeezoogdierenpark. Ieder van hen kan bereikt worden met een educatieve boodschap en zo kan hen meer bijgebracht worden omtrent de problematiek van wild- en natuurbescherming.

De vele gevaren waaraan wildpopulaties blootstaan ten gevolge van menselijke activiteiten kan in direct verband gebracht worden met onze dieren.

We bedoelen hiermee: tonijnvangst, drijfnetten, industrieel en agrarisch afval, drijfvuil en dergelijke meer.

Elke dag maken deze meer slachtoffers onder dolfijnen en walvissen dan er ooit gevangen werden.

Sensibilisatie door informatie van het publiek kan deels een oplossing zijn voor deze problemen.

Het daadwerkelijk zien van onze dieren brengt een sterkere bewustwording teweeg.

Bij een enquête onder bezoekers van parken (VS) verklaarden 86 % van de mensen dat ze meer betrokkenheid voelden met de dieren en hun lot na hun bezoek en de kennis die hierbij werd opgedaan.

Alle inspanningen die door de parken geleverd worden voor onderzoek in verband met de medical training, gezondheid, dieet, voortplanting, huisvesting en veterinaire kennis van de eigen dieren komen ook de wildpopulatie ten goede.

Het verzamelen van gegevens over bloed en ontlasting laat toe de zieke en gestrande dieren de noodzakelijke zorgen toe te dienen. Op die manier werden de laatste jaren 1.500 dieren succesvol terug uitgezet dankzij de inspanningen van vrijwilligers en samenwerking met experten van parken en zoo’s.

Gegevens over structuren en vooral over de voortplantingscycli kunnen een hulp zijn om wildpopulaties gezond en de vangst van dieren beperkt te houden.
 

Bron: Boudewijn Seapark